Woestijntijd

Terwijl ik wat stof wegveeg denk ik er weer aan. “Kom naar Mij toe…” Op dit moment heb ik er de woorden niet voor, de energie is er niet om alles in een geordend gebed voor Hem neer te leggen. Maar ik mag weten dat ook mijn zuchten gehoord worden. Ook mijn stille tranen en gebeden zonder woorden zijn bij Hem bekend. En terwijl ik voortploeter in de woestijn weet ik dat God mij ziet.

Woestijntijd

Droogte
Al wekenlang is de grond van de akkers gortdroog, overal is het stoffig en de planten en bomen hebben het steeds zwaarder onder de ongenadige zonnestralen. Als we thuiskomen na een stukje rijden is de hele auto bedekt met stof. Ook in huis is en blijft alles stoffig. En om eerlijk te zijn is het niet alleen aan de buitenkant stoffig en droog, maar ook mijn hart en hoofd voelen zo, dorstig, droog, stoffig. Ik heb het gevoel dat ik in een woestijn loop, zonder enig zicht op een oase. Een plek om even tot rust te komen, om even in de schaduw te zitten, mijn voeten in een beekje water als verkoeling. Een plek om even wat te drinken zodat ik weer verder kan. Die plek lijkt er nu niet te zijn en misschien voorlopig ook wel niet te komen. Soms ben ik zo moe en zo verward dat ik het gevoel heb het niet meer te kunnen. Ik zou het liefst al m’n spullen pakken, mijn man en ons zoontje in de auto zetten en wegrijden. Gaan… Gaan naar onbekende wegen, gaan naar een plaats waar het leven misschien wel makkelijker is (of lijkt, wellicht). Maar ik weet maar al te goed dat dit niet mogelijk is en er niks zal veranderen, ook al zouden we naar een andere plaats gaan. Want we weten dat we geroepen zijn om te werken in Gods Koninkrijk en dat vraagt offers! Niet alleen financieel, maar ook mentaal en geestelijk, juist misschien wel geestelijk. Want als we het Evangelie verspreiden, mensen wijzen op Christus, dan zal satan ons niet met rust laten. Daar, waar hij kan, zal hij proberen om dingen te verwoesten, diepe wonden te maken en ons uit te putten.

Stille gebeden
Terwijl ik wat stof wegveeg denk ik er weer aan. “Kom naar Mij toe…” Op dit moment heb ik er de woorden niet voor, de energie is er niet om alles in een geordend gebed voor Hem neer te leggen. Maar ik mag weten dat ook mijn zuchten gehoord worden. Ook mijn stille tranen en gebeden zonder woorden zijn bij Hem bekend. En terwijl ik voortploeter in de woestijn weet ik dat God mij ziet. Weet ik dat God mij hoort. Weet ik dat God mij leidt. Ik denk dat ik meer en meer mag leren dat na de droge periode er altijd weer regen komt. Ik merk dat ik niet meer zo’n diepe wanhoop van binnen voel als het weer ‘woestijntijd’ is. Omdat ik van de vorige keren heb geleerd dat ik niet alleen ben en dat dit niet voor altijd zo blijft. Daarom probeer ik moedig door te gaan, stap voor stap, ondertussen vragend of ook nu de Heere mij genoeg kracht wil geven om het vol te houden, om mij te helpen op Hem te blijven zien.